banner-trauma-volwassenen

Banner Klik kaart

Dutch Arabic English Polish Turkish

Voor het verwerken van een schokkende gebeurtenis is tijd nodig. Als die verwerking te lang duurt, of helemaal uitblijft, is er sprake van een trauma.

Daarbij kunt u denken aan klachten als nachtmerries en steeds terugkerende beelden in uw hoofd. U gaat situaties uit de weg die u aan de gebeurtenis herinneren, u krijgt te maken met verhoogde prikkelbaarheid, slaapproblemen, nachtmerries en herbeleving van de gebeurtenis. Ook kunt u last hebben van angsten, slaapstoornissen, geheugenverlies, gespannen zijn, prikkelbaarheid, boosheid en depressieve gevoelens.

Wat een onverwerkt trauma precies met iemand doet, verschilt per persoon.

Er wordt over het algemeen een onderscheid gemaakt tussen:

  1. Psychische klachten na een eenmalige schokkende ervaring, bijvoorbeeld een ongeluk.
  2. Psychische klachten na een serie van traumatische gebeurtenissen, bijvoorbeeld (seksuele) mishandeling of (oorlogs)geweld.

Kenmerken

Herbeleving

  • Bij herbeleving lijkt het alsof u de traumatische gebeurtenis opnieuw meemaakt. U ziet, ruikt, hoort, proeft en voelt alles weer zoals toen het gebeurde.
  • U heeft nachtmerries en slaapt onrustig.
  • U heeft herinneringen aan de gebeurtenis die steeds weer terugkomen.
  • Wanneer u aan de gebeurtenis denkt, krijgt u hartkloppingen, gaat u trillen en zweten en kunt niet goed meer ademhalen.

Vermijding

  • Bij vermijding gaat u alles uit de weg wat aan de traumatische gebeurtenis doet denken. Zo beschermt u zichzelf tegen de heftige emoties.
  • U ‘vergeet’ de hele gebeurtenis of bepaalde momenten eruit. Dit heet verdringing.
  • U voelt soms helemaal niets meer en doet alles op de automatische piloot.
  • U ontkent wat er is gebeurd en vlucht ervoor weg door bijvoorbeeld keihard te werken of veel te drinken.
  • U wilt niet praten over wat er is gebeurd en sluit zich af voor de mensen om u heen.
  • U gaat alles uit de weg wat u aan de gebeurtenis doet denken.

Gedrag en gevoelens

  • U voelt zich voortdurend gespannen en ‘opgefokt’.
  • U verliest snel uw geduld en bent snel boos (‘een kort lontje’).
  • U heeft last van plotselinge huilbuien.
  • U schrikt snel en bent overgevoelig voor elke onverwachte situatie of gebeurtenis.
  • U zoekt gevaarlijke situaties op, u gaat bijvoorbeeld veel te hard rijden.
  • U gebruikt verdovende middelen zoals drugs en alcohol.
  • U bent somber, vindt niets leuk of interessant.
  • U voelt zich schuldig aan het gebeurde en maakt zichzelf verwijten: ‘Dan had ik maar niet…’
  • U voelt zich minderwaardig.
  • U kunt zich slecht concentreren.
  • U bent doodmoe, maar kunt toch moeilijk inslapen of doorslapen.

Bron: Fonds Psychische Gezondheid

© 2014 GGZ Oost Brabant | Disclaimer ISO9001

Naar boven

Achtergrond-oranje