Jaarverslag Wetenschappelijk onderzoek 2014 | GGZ Oost Brabant - page 11

is psychiater en programmacoördinator bij het zorgcircuit Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) in
Huize Padua. “Ik onderzoek de effectiviteit van drie medicijnen die worden voorgeschreven aan
NAH-cliënten: amantadine, methylfenidaat en modafinil. We geven deze bij verschillende klachten
zoals agressie, affectieve stoornissen en apathie. Er is echter weinig tot geen wetenschappelijk
bewijs of ze effect hebben. Ik werk niet zoals gebruikelijk met een grootschalig groepsonderzoek,
maar met een ‘single case experimental design’.
Elke onderzoeksperiode per cliënt per medicijn duurt tien weken. Nadat vier tot tien patiënten zijn
onderzocht, kan ik per medicijn iets zeggen over de werking. De power van het onderzoek zit in het
aantal metingen per individu. Via deze serie onderzoeken is het mogelijk om een prototype cliënt
te identificeren die positief reageert op het medicament. De ‘gouden standaard’ van het groeps-
onderzoek (RCT) heeft tot op heden geen wetenschappelijk bewijs geleverd bij deze doelgroep.
De aanbevelingen in de ‘Richtlijn voor de behandeling van neuropsychiatrische gevolgen van
hersenletsel’ zijn daarom weinig specifiek en met beperkt wetenschappelijk bewijs onderbouwd.
Als ik kan bewijzen dat de medicijnen effect hebben, worden ze – immers evidence based –
hopelijk wèl opgenomen in de richtlijn.
Daarmee zullen ze breder ingezet worden in het veld en daar gaat de levenskwaliteit van
NAH-cliënten mee omhoog. Ik hoop in mijn proefschrift ook aan te tonen dat het ‘single case
experimental design’ een aanvulling kan zijn op groepsonderzoek. Ik zou graag zien dat deze
methode vaker wordt gebruikt.”
Lees het uitgebreide
interviewmet
Bert ter Mors op
onderzoeker
s
De onderzoeker in beeld
Bert ter Mors
11
1...,2,3,4,5,6,7,8,9,10 12,13,14,15,16,17,18,19,20,21,...24
Powered by FlippingBook