Magazine over geestelijke gezondheid. Editie 1, maart 2015 | GGZ Oost Brabant - page 14

14
L
i
nk
Maar uiteindelijk kon je niet meer.
“Mijn lichaam was opgebrand. Ik had mezelf helemaal kapot gefietst.
Ik stond zo droog, je zag mijn aders lopen. Ik leek wel een wandelende
landkaart. Mijn haar is heel lang slecht geweest en ik heb last van broze
nagels en botontkaling. Soms sta ik ’s ochtends met stijve spieren op en
denk: ik lijk wel een oud wijf, dat is toch niet normaal op mijn leeftijd.”
Wat was voor jou essentieel bij je herstel?
“Uit Brabant weggaan (naar schoonfamilie red.) is mijn redding geweest.
Mijn ouders zijn wereldmensies. Ik ben met zoveel liefde opgevoed,
maar ze waren te lief voor mijn eetstoornis. Ik neem ze dat niet kwalijk.
Het was een andere tijd. Vijf en twintig jaar geleden was er niet zoveel
bekend over deze ziekte. Mijn schoonfamilie steunde me, maar was
hard voor de anorexia. Toen ik eraan ten onder dreigde te gaan zei
Michael: ‘Ik hou van je, maar ik kan het niet meer aanzien. Ik geef teveel
om je om je de afgrond in te zien gaan.’ Hij was de eerste die echt tot
me doordrong, die me het inzicht gaf dat het zo echt niet meer verder
kon. Toen hij om deze reden de relatie tijdelijk beëindigde, ben ik gaan
nadenken. Iemand moet die snaar raken, of dat nou een vriend of een
professional is, dat maakt niet uit.”
In het TV-programma Tot op het bot was je soms ook hard.
Was dat moeilijk, omdat je weet wat deze meiden doormaken?
“Het was vooral heel zwaar om het verdriet van de ouders te zien. Ik
zag mijn eigen ouders weer machteloos staan, maar het gaf ook veel
positieve energie. Fantastisch om te zien dat vijf van die meiden die ik
in dit programma heb gecoacht hun leven terug hebben, dat ze weer
gelukkig zijn.”
Wanneer wist jij dat je je eetstoornis had overwonnen?
“Als er verdrietige dingen in je leven gebeuren en je geen terugval
krijgt. Toen mijn vader vorig jaar overleed, heb ik veel gehuild. Maar ik
kreeg geen terugval. Toen wist ik dat ik echt genezen was.”
Hoe verklaar jij het dat steedsmeer kindereneeneetstoornis ontwikkelen?
“In de maatschappij wordt de lat zo vreselijk hoog gelegd. En ouders
doen hieraan mee, ik zie het op school en bij sportclubs. Ouders
vergeten goed naar hun kind te kijken. Mensen vragen mij weleens of ik
het leuk zou vinden als Indy ook een carrière krijgt in de topwielersport.
Eerlijk gezegd hoop ik van niet. Topsport is zo hard. Ik heb het heel
zwaar gehad. Ik heb liever dat ze iets doet wat ze lekker ontspannen
kan doen.”
Ben je alerter bij Indy omdat je zelf anorexia had?
“Natuurlijk, ik ken de valkuilen. Ik zie bij haar de gedrevenheid die ik
zelf heb en zeg vaak: ‘Indy schatje, het is gewoon goed.’ Dat ze met een
glimlach naar school gaat, is voor mij het allerbelangrijkste. En ik geef
het goede voorbeeld, zodat ze een gezond eetpatroon ontwikkelt.
We gaan bijna elke avond lekker samen aan tafel, we maken het
gezellig. Bij ons is het avondeten echt ons momentje.”
Wat vind je ervan – vanuit je ervaring met meiden met anorexia -
dat de jeugdzorg nu de verantwoordelijkheid van de gemeente is?
“Ik heb daar moeite mee. Anorexia is een dodelijke ziekte. Stel je voor
dat iemand daar de verkeerde beslissing neemt en drie maanden later
is je kind dood.”
Je zet je niet alleen in tegen anorexia, maar bent ook ambassadeur
van de campagne tegen werkstress. Vind je dat ook belangrijk?
“Ik gun iedereen balans in zijn leven. Ik ging zelf onder aan de druk om
te presteren. Mensen die op hun werk te lang doorgaan krijgen een
burn out, mensen in de sport een eetstoornis. Dat zeg ik misschien heel
zwart-wit, maar links of rechtsom komt het eruit. Je kunt niet 365 dagen
per jaar presteren en je lichaam en geest belasten. Het gaat om
inspannen en ontspannen.”
1...,4,5,6,7,8,9,10,11,12,13 15,16,17,18,19,20,21,22,23,24,...40
Powered by FlippingBook