Dutch Arabic English Polish Turkish

Het aantal meldingen van overlast door verwarde mensen is in 2015 met ruim een derde gegroeid. Kreeg de politie vorig jaar krap 60.000 overlastmeldingen, tot november 2015 waren het er ruim 80.000. De politie besteedt een groot deel van zijn tijd aan verwarde mensen. Echter, deze verwarde mensen moeten zorg krijgen en horen niet in een politiecel.

Om het tij te keren werken sinds juli 2015 verschillende partijen in Brabant samen om deze problematiek het hoofd te bieden. Dit zijn: Openbaar Ministerie, politie, 40 gemeenten in Oost Brabant, regionaal ambulance vervoer, Reinier van Arkel, Novadic Kentron, GGZ Oost Brabant en GGZe. Jan Pommer, burgemeester van Sint-Michielsgestel en Marie-Louise van der Kruis, Raad van Bestuur Reinier van Arkel zitten in de stuurgroep van deze ketensamenwerking.

 “Aanleidingen genoeg dus om te komen tot een doelgerichte aanpak”, zegt Marie-Louise. “De Raad van Bestuur van Reinier van Arkel gaf deze opdracht, en de eerste stap daartoe was een praktisch uitvoerbaar projectplan met een duidelijke structuur. Het plan is om Oost-Brabant een aantal locaties te gaan inrichten waar deze verwarde mensen in veiligheid, en in combinatie met politie, zorg en Openbaar Ministerie een integrale hulp krijgen. Iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid daarin nemen.”

Jan Pommer: “In 2014 werden er in Oost Brabant 3.500 incidenten rond verwarde personen gemeld. Dit is waarschijnlijk aan de lage kant, omdat veel van deze incidenten onder een andere categorie worden geregistreerd bijvoorbeeld onder vernieling of diefstal. De politie besteedt per jaar gemiddeld 60 procent van de werkzaamheden aan deze groep, terwijl die er helemaal niet voor is ingericht. Ik heb het hier in een driehoeksoverleg  (burgemeesters, politie Oost Brabant,  justitie) aangekaard. ”Er zijn zoveel overlastgevallen waar je niets mee kunt. En het wordt een steeds groter probleem. Toen zijn Marie-Louise en ik  bij elkaar gekomen om hier één projectplan voor te maken”.

Hoe komt het dat er zoveel verwarde personen zijn?

“In de zorg zie je een aantal maatschappelijke ontwikkelingen. Meer zorgtaken zijn verplaatst naar het gemeentelijk domein. Gemeentes krijgen zo meer regie op de integrale uitvoering van zorg, welzijn en veiligheid. Er is een sterke verschuiving van zorg van binnen de muren van een instelling, naar zorg die bij mensen thuis in de wijk wordt geboden. Het aantal bedden in klinieken wordt teruggebracht. Dat aantal is jarenlang gegroeid. In de ons omringende landen is de zorg in instellingen al jaren geleden afgebouwd en wordt er veel meer zorg thuis geboden. De geestelijke gezondheidszorg heeft daarom in 2008 afgesproken het aantal bedden met 30 procent reduceren tot 2020. Mede door bezuinigingen in de zorg, moeten we nu in versneld tempo psychiatrische patiënten zo veel mogelijk thuis behandelen. Thuisbehandeling is vaak effectiever. Echter door de veranderingen in de zorg is de afbouw in een versnelling gekomen”, vertelt Marie-Louise. “Terwijl de zorg in de wijken, die door de gemeenten moet worden aangestuurd, nog niet staat. Dit kan een oorzaak zijn, maar het is natuurlijk wel zo dat verwarde mensen van alle tijden zijn.”

Wat gaat er nu gebeuren?

Jan Pommer legt uit: “Vanuit de stuurgroep hebben we ontleed wat voor vraagstukken er allemaal zijn rond verwarde personen. Vervolgens zijn vier werkgroepen ermee aan de slag gegaan. Dat gaat van ‘vervoer’ en ‘wat voor zorg iemand nodig heeft’, tot een werkgroep die zich richt op de onverzekerde mensen en preventieve aanpak in de wijk. Die groepen zijn hard aan het werk. In het voorjaar van 2016 hopen we echt operationeel te zijn. Zodat er acute integrale opvang is, ongeacht in welke wijk of welk dorp zich een incident voordoet.”

Marie-Louise: “Als iemand in zijn onderbroek op het dak met een mes staat te zwaaien, dan wordt dit vaak als eerste bij de politie gemeld. Gaat het om een man in verwarde toestand, dan wordt ook de GGZ ingeschakeld. Daarin trekken we vanaf nu gezamenlijk op. Samen bepalen we dan wat we gaan doen: is dit een vraag waarbij de openbare orde of het strafrecht aan de orde is of is het vooral een vraagstuk voor de zorg. Dan kan het bijvoorbeeld zijn: dat de man met assistentie van de politie van het dak wordt gehaald en vervoerd naar een GGZ-instelling.”

Wat is het ideaalplaatje?

Jan Pommer: “Ieder mens heeft recht op een eigen woonomgeving. Op het moment dat iemand dat niet helemaal meer zelfstandig aankan door bijvoorbeeld geldproblemen, een verslaving of noem maar op, dan zou je binnen die wijken de zaak zo met elkaar moeten organiseren dat deze persoon bij hem thuis de benodigde behandeling of hulp krijgt.”

 “We willen een einde maken aan de verkokering”, stelt Marie-Louise. “Wat je nu ziet is dat iedere instantie haar eigen dossier heeft. En ook landelijk de wetgeving aanpassen helpt daarbij; bijvoorbeeld een wet die de toestand van onverzekerden beter regelt en de wet Verplichte GGZ, die het mogelijk maakt om mensen thuis verplicht een behandeling te geven. Als die wet in 2018 komt en we hebben deze structuur staan, dan zijn we hier in Oost Brabant klaar voor.”

Spelen naasten en familie er ook een rol in?

Marie-Louise: “Ja, maar ze zitten nu nog niet bij die werkgroepen. We zijn wel aan het kijken hoe we de rol van de familie vorm kunnen geven. We gaan dit voorleggen aan de familieraad en cliëntenraad. We hopen in februari 2016 echt al de eerste opzet te hebben. De werkgroepen zijn hard aan het werk.”

Tussenstand van zaken

Op donderdag 28 januari werd er een Invitational conference met de titel ‘In de war, en dan…?’, vanuit het project georganiseerd In Sint Michielsgestel. Daar is de tussenstand van zaken gepresenteerd aan alle betrokkenen en vragen naar verdere verbeteringen en aanvullende ideeën. Doel was: zowel de tussenresultaten vanuit het project gaan brengen als best practises ophalen bij de deelnemers. Kern moet zijn dat ieder niet vanuit zijn eigen organisatie denkt, maar vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de beste oplossingen te zoeken. 

99 Procent van de verwarden blijft buiten de media

In 2011 waren er landelijk nog ruim 40.000 meldingen van overlast. Het afgelopen jaar werden agenten 52.000 keer op meldingen van verwarde bewoners afgestuurd. De grote steden als Amsterdam heeft jaarlijks 15 à 20.000 meldingen, en Utrecht telde in 2014 zo’n 1.300 incidenten. Landelijk gezien is 80 procent van de verwarde personen niet gevaarlijk en wordt goed geholpen door de GGZ. Letterlijk 99 procent van de verwarden blijft buiten de media.

© 2014 GGZ Oost Brabant | Disclaimer ISO9001

Naar boven