App store  Google play

Download de gratis GGZ app

Menu

banner-wetenschappelijkonderzoek

Banner Klik kaart

Dutch Arabic English Polish Turkish

Onderzoeker Lisette Kerssemakers‘Hun autonomie is terug’

Haar werkkamer staat vol poppen en dokterskoffers. Klinisch psychologe en psychotherapeute Lisette Kerssemakers promoveert op onderzoek naar de behandeling van seksueel misbruikte peuters en kleuters. “Je ziet getraumatiseerde kinderen, die door het misbruik alle controle kwijt zijn, groeien.”

Waarom juist dit onderzoek?
“In de loop van mijn twintig jaar praktijkervaring heb ik gezien dat jonge kinderen na seksueel misbruik in de spelkamer vaak tot dezelfde spelkeuze komen. Ze pakken een pop en de dokterskoffer en gaan in de weer met pleisters, babypoeder en verband. De pop moet beter worden gemaakt. Het kind identificeert zich met de pop, en wil de pop en daarmee zichzelf beter maken. Zo komt een heel intensief therapeutisch proces op gang, in een driehoek tussen kind, therapeut en pop. In feite hebben kinderen deze behandelmethode dus grotendeels zelf aangedragen. In mijn onderzoek ga ik na hoe dat werkt.”

Is het niet een zwaar onderwerp om mee bezig te zijn?
“Het geeft me eerder energie. Je ziet getraumatiseerde kinderen, die door het misbruik alle controle kwijt zijn, groeien. Bij binnenkomst fixeren ze zich volledig op de pop, identificeren zich ermee en projecteren er hun pijn en angsten op. Het gaat steeds een beetje beter, totdat de pop genezen is. Hun autonomie is terug. Op dat moment ziet het kind ook het andere speelgoed in de spelkamer en horen we ook van de ouders: ons kind is terug, het zingt en speelt weer. Het is een mooi parallel proces.”

Je hebt zoveel praktijkervaring, waarom nu wetenschappelijk onderzoek?
“Ik had al heel lang de behoefte om dit te onderzoeken. Door het drukke thuisfront kwam het er niet van, nu zijn de omstandigheden optimaal. Zowel voor mezelf als voor GGZ Oost Brabant; het past in de onderzoekslijn Internaliserende problematiek bij kinderen en adolescenten. Mijn verzoek werd enthousiast ontvangen, ik heb er uren voor gekregen en heb een ontzettend goed onderzoeksteam om me heen. Ik ontvang veel steun van de afdeling Opleidingen & Onderzoek, de bibliotheek en mijn eigen afdeling. Ook de samenwerking met de Radboud Universiteit is heel goed.”

Hoe ziet je onderzoek eruit?
“In de eerste fase maken we video-opnamen van de behandeling van zo’n tien tot vijftien kinderen. Met behulp van videocoding markeren we verschillende elementen van de behandeling en wordt een trainingskit opgesteld. We werken volgens de methode Trauma Focused cognitieve gedragstherapie, met helend spel als nieuw element voor de traumaverwerking. In fase twee worden therapeuten getraind. Zij verzamelen vervolgens praktijkgegevens in de behandeling van veertig kinderen. Natuurlijk regelen we heel zorgvuldig de toestemming van ouders en voogden.”

Beïnvloedt het onderzoek je dagelijkse werk?
“Jazeker, ik krijg veel meer oog voor de noodzaak en de mogelijkheden van wetenschappelijk onderzoek op andere terreinen. Ik zoek ook vaker naar de theoretische onderbouwing van bepaalde behandelingsmethoden, dat schat ik veel meer op waarde. Verder ben ik een voorstander van nog meer onderzoek; we hebben zoveel ervaring en data waar iets mee moet gebeuren.”

Waar gaat je onderzoek uiteindelijk toe leiden?
“Ik wil graag wetenschappelijk bewijs of de behandelmethode werkt en zo ja, hoe. Dan kunnen we spreken van een evidence based interventie. Als we een toolkit kunnen ontwikkelen en verspreiden, verlagen we de drempel die ook ervaren hulpverleners nog te vaak hebben om met seksueel misbruikte peuters en kleuters te werken. Dat zou ik al die peuters en kleuters zo gunnen. Want hoe eerder je als kind een trauma verwerkt, hoe minder ernstig de gevolgen zijn.”

Wie is je grote inspirator?
“Tijdens mijn studie leerde ik speltherapeute Philippien Molenaars-van Ekelen kennen, samen zijn wij begonnen om deze kinderen te begeleiden. Van haar heb ik veel geleerd. Ze is een paar jaar geleden overleden en het was haar grote wens om deze methode breder te verspreiden.”


Lisette Kerssemakers

Woont: Met man en twee van de vier kinderen in Eindhoven, de andere twee wonen op kamers

Typerend: Teamspeler

Ambitie: Zo mogelijk als derde onderzoeksfase deze methodiek vergelijken met EMDR voor peuters en kleuters

© 2014 GGZ Oost Brabant | Disclaimer ISO9001

Ga naar boven